Bewustzijn voorbij het materialisme
De meeste hedendaagse verklaringen van bewustzijn vertrekken nog steeds vanuit een materialistisch wereldbeeld: eerst is er materie, daarna – ergens onderweg – ontstaat bewustzijn. Het brein produceert ervaring, gedachten en gevoelens zoals een lever gal produceert.
Die aanname wordt zelden nog ter discussie gesteld. En dat is opmerkelijk, want wetenschappelijk gezien staat zij op steeds lossere schroeven.
Dit artikel is een kritische beschouwing van dat dominante paradigma.
Een oud idee in een modern jasje
Het idee dat bewustzijn voortkomt uit hersenactiviteit is geen moderne ontdekking, maar een denkkader dat ongeveer vierhonderd jaar oud is. Het ontstond in de tijd van Galileo, bevestigd door Newton en het mechanistische wereldbeeld, waarin de werkelijkheid werd opgevat als een groot uurwerk.
Binnen dat model was materie primair en moest alles – inclusief leven en ervaring – daaruit verklaard worden. Bewustzijn werd daarmee gereduceerd tot een bijproduct van materie.
Dat dit idee nog steeds dominant is, zegt minder over de juistheid ervan dan over de hardnekkigheid van paradigma’s.
Correlatie is geen verklaring
Neurowetenschap laat overtuigend zien dat er correlaties bestaan tussen hersenactiviteit en ervaring. Verandert het brein, dan verandert de ervaring. Maar correlatie is geen verklaring.
Dat hersenactiviteit samenvalt met bewustzijn betekent niet dat het bewustzijn veroorzaakt.
We maken die denkfout voortdurend:
- een radio is beschadigd → het geluid vervormt
- conclusie: de radio produceert de muziek
Dat de vergelijking mank gaat, is evident. Toch wordt dezelfde redenering toegepast op het brein.
Het probleem van ontstaan
Een fundamentele vraag blijft structureel onbeantwoord:
Hoe kan bewustzijn ontstaan uit iets dat zelf niet bewust is?
Geen enkele theorie heeft tot nu toe overtuigend kunnen laten zien hoe subjectieve ervaring – gevoel, betekenis, beleving – logisch voortvloeit uit elektrische en chemische processen.
Dit staat bekend als the hard problem of consciousness. Dat probleem is geen technisch detail, maar een aanwijzing dat het uitgangspunt mogelijk verkeerd is.
Wat moderne fysica laat zien
De kwantumfysica heeft het klassieke wereldbeeld radicaal ondermijnd. Materie blijkt geen vaste substantie te zijn, maar een verschijningsvorm van energie, waarschijnlijkheid en informatie.
Op het diepste niveau bestaat de werkelijkheid niet uit ‘dingen’, maar uit processen.
De vraag verschuift daarmee:
“Als materie ontstaat uit energie, wat organiseert die energie tot een ervaarbare werkelijkheid?”
Een puur materiële verklaring ontbreekt. Wat overblijft is een organiserend principe dat niet zelf materieel is.
Bewustzijn als fundamenteel principe
Wanneer bewustzijn niet langer wordt gezien als product, maar als voorwaarde, vallen veel problemen weg.
Bewustzijn wordt dan:
- geen eigenschap van het brein
- geen exclusief menselijk fenomeen
- geen mystiek bijverschijnsel
maar het veld waarbinnen ervaring, informatie en vorm ontstaan.
Dit perspectief sluit niet alleen beter aan bij de natuurkunde, maar ook bij biologie en systeemtheorie.
De beperking van het antropocentrische denken
Veel wetenschappelijke definities van bewustzijn zijn impliciet mensgericht. Ze koppelen bewustzijn aan zelfreflectie, taal of abstract denken.
Daarmee wordt bewustzijn onbruikbaar als verklarend principe voor:
- dieren
- planten
- cellen
- leven als geheel
Als bewustzijn pas bij mensen verschijnt, kan het geen fundament zijn van leven.
Een ruimer begrip van bewustzijn – als het vermogen tot waarnemen, interpreteren, reageren en betekenisvol functioneren – maakt het begrip juist bruikbaar.
Cellen en informatie
Zelfs op celniveau zien we gedrag dat alleen te begrijpen is vanuit informatieverwerking:
- cellen nemen hun omgeving waar
- reageren adaptief
- veranderen expressie op basis van context (epigenetica)
Dat vereist geen menselijk brein, maar wel een gevoeligheid voor informatie. Bewustzijn, in zijn meest basale vorm.
Waarom dit zo lastig is
Het loslaten van het materialistische paradigma is geen intellectueel probleem, maar een existentieel.
Als bewustzijn fundamenteel is, dan zijn wij geen machines met ervaring, maar ervaring die tijdelijk vorm heeft aangenomen.
Dat heeft verstrekkende gevolgen voor:
- hoe we naar leven kijken
- hoe we omgaan met ziekte en trauma
- hoe we verandering en ontwikkeling begrijpen
Geen wonder dat deze verschuiving weerstand oproept.
Tot slot
De vraag is niet of het materialistische model ons ver heeft gebracht – dat heeft het onmiskenbaar.
De vraag is of het nog toereikend is.
Bewustzijn als bijproduct van materie is een aanname die steeds moeilijker te verdedigen valt. Bewustzijn als fundament van ervaring en leven biedt daarentegen een eenvoudiger en consistenter verklaringsmodel.
Misschien is het tijd om niet langer te vragen “hoe bewustzijn ontstaat”, maar om te onderzoeken “waarom we ooit dachten dat het moest ontstaan”.